Algemeen

Roofvogels fotograferen: Tips & Trucs

2

Een arend die laag over het publiek komt aanvliegen, een valk die razendsnel van richting verandert of een uil die met vrijwel geluidloze vleugels recht op je afkomt. Tijdens een roofvogelshow krijg je kansen die je bij het fotograferen van vogels in het wild maar zelden hebt. Je kunt relatief dichtbij komen en hebt volop gelegenheid om te experimenteren met actie, portretten en details.

Tegelijkertijd is het fotograferen van vliegende roofvogels behoorlijk uitdagend. De snelheid ligt hoog, de afstand tot de vogel verandert voortdurend en het ene moment fotografeer je tegen een blauwe lucht, terwijl de vogel een seconde later voor een donkere bomenrij vliegt.

Met een goede voorbereiding, de juiste apparatuur en vooral een beetje oefening vergroot je de kans op spectaculaire beelden enorm. We geven je een aantal praktische tips waarmee je tijdens de roofvogelshow direct aan de slag kunt.

Welk objectief neem je mee?

Een goed telezoomobjectief is tijdens een roofvogelshow eigenlijk de ideale keuze. Je wilt voldoende bereik hebben, maar tegelijkertijd snel kunnen uitzoomen wanneer een vogel plotseling dichterbij komt.

Een 100-400mm is daarvoor een uitstekende allrounder. Het bereik is groot genoeg voor veel situaties, terwijl 100mm aan de korte kant het relatief eenvoudig maakt om een snel bewegende vogel terug te vinden in je zoeker.

Wil je écht veel bereik, dan zijn er tegenwoordig indrukwekkende mogelijkheden. Nikon-fotografen kunnen bijvoorbeeld kiezen voor de NIKKOR Z 180-600mm f/5.6-6.3 VR. Met 600mm heb je voldoende bereik om ook een vogel die zich verder van het publiek bevindt groot in beeld te krijgen, terwijl je dankzij het zoombereik kunt teruggaan naar 180mm wanneer de actie dichterbij komt.

En dan is er natuurlijk de zoomreus van Canon: de Canon RF 200-800mm F6.3-9 IS USM. Met maar liefst 800mm aan de lange kant kun je zeer indrukwekkende close-ups maken. Denk aan de kop van een arend, details in het verenkleed of een vogel die verderop zijn vlucht begint.

Maar onthoud: méér millimeters betekent niet automatisch betere foto's.

Juist tijdens een roofvogelshow kan 600 of 800mm behoorlijk uitdagend zijn. Zodra een vogel vlak langs je vliegt, wordt je beeldhoek erg klein en is het veel moeilijker om hem in de zoeker te houden. Zoom daarom op tijd uit en probeer niet iedere opname volledig beeldvullend te maken.

Een beetje ruimte rondom de vogel geeft je bovendien meer vrijheid bij het bepalen van de uiteindelijke compositie. Een kleine uitsnede achteraf is geen probleem; een afgesneden vleugelpunt krijg je niet meer terug.

Snelheid begint bij de sluitertijd

Wil je een vliegende roofvogel echt scherp vastleggen, dan is een korte sluitertijd belangrijker dan een extreem lage ISO-waarde.

1/1000 seconde is een mooi uitgangspunt.

Bij snelle vluchtbewegingen kun je gerust naar 1/2000 of zelfs 1/4000 seconde gaan. Vooral kleinere en snellere roofvogels kunnen verrassend veel snelheid ontwikkelen en ook de uiteinden van de vleugels bewegen veel sneller dan het lichaam zelf.

Wees daarbij niet te bang voor een hogere ISO. Een scherpe opname met wat ruis is meestal veel bruikbaarder dan een volledig ruisvrije foto waarop de vogel door bewegingsonscherpte niet scherp is.

Zit de vogel rustig op een paal, boomstam of op de handschoen van de valkenier? Dan kun je natuurlijk een langere sluitertijd kiezen. Daarmee kan de ISO omlaag en haal je zoveel mogelijk beeldkwaliteit uit je camera.

Zet je autofocus op continu

Een vliegende roofvogel verandert voortdurend van afstand. Je camera moet de scherpstelling daarom continu kunnen aanpassen.

Gebruik bij Nikon en Sony AF-C en bij Canon Servo AF.

Heb je een moderne systeemcamera met onderwerp-, dier- of vogeldetectie? Zet die functie dan zeker aan. De nieuwste camera's zijn uitstekend in staat om een vogel te herkennen en kunnen in veel gevallen zelfs het oog vinden en blijven volgen.

Een kleine single-point AF is voor snelle vluchtfotografie niet altijd de gemakkelijkste keuze. Met een wat groter scherpstelgebied geef je de camera meer ruimte om de vogel te vinden. Zodra de onderwerpherkenning de vogel heeft opgepakt, kan de camera het verdere volgen grotendeels overnemen.

Probeer deze instellingen bij voorkeur al vóór de show uit. Je wilt tijdens de eerste vlucht niet meer hoeven zoeken waar de vogeldetectie of AF-instelling in het menu van je camera verstopt zit.

Gebruik snelle serieopname

Bij het fotograferen van vliegende vogels draait alles om timing. Tussen twee opeenvolgende beelden kan de houding van een vogel compleet veranderen.

Zet je camera daarom op snelle continue opname.

Dat betekent niet dat je de ontspanknop tijdens de volledige vlucht ingedrukt moet houden. Kijk naar wat de vogel doet en fotografeer in korte series op de interessante momenten.

Let bijvoorbeeld op het moment van opstijgen, een scherpe bocht, het openen van de vleugels of de landing. Ook wanneer een vogel recht op je afkomt, kan een korte serie spectaculaire beelden opleveren.

Juist de stand van de vleugels is belangrijk. Uit tien technisch scherpe foto's kan er één springen waarop de vleugels volledig geopend zijn, de kop precies goed staat en de vogel je misschien zelfs recht aankijkt.

Dat is de foto die je zoekt.

Eerst de vogel vinden, dan pas afdrukken

Een goede autofocus helpt enorm, maar de camera kan weinig beginnen wanneer jij de vogel niet in de zoeker krijgt.

Bij een snel vliegende vogel is het vaak gemakkelijker om hem eerst met het blote oog te volgen. Breng vervolgens de camera naar je oog terwijl je dezelfde beweging blijft maken.

Heb je de vogel gevonden? Blijf dan soepel meebewegen en geef de autofocus een kort moment om het onderwerp te herkennen en te volgen.

Vooral met een 600 of 800mm-objectief is deze techniek belangrijk. Op zulke lange brandpuntsafstanden is je beeldhoek klein. Wanneer je de vogel eenmaal kwijt bent, kan het verrassend lastig zijn om hem opnieuw te vinden.

Daarom is een zoomobjectief zo prettig: zoek de vogel eerst wat ruimer en zoom vervolgens in terwijl je hem blijft volgen.

Geef de vogel ruimte om te vliegen

Een indrukwekkende roofvogel hoeft niet altijd midden in het beeld te staan.

Vliegt de vogel naar rechts? Probeer dan wat extra ruimte aan de rechterkant over te houden. Vliegt hij naar links, laat dan juist links meer ruimte vrij.

Hierdoor krijgt de vogel letterlijk ruimte om het beeld in te vliegen. Het resultaat oogt vaak veel dynamischer dan een foto waarop de vogel exact in het midden staat.

Let daarnaast op de vleugelstand. Volledig gestrekte vleugels zijn natuurlijk spectaculair, maar ook een vogel die zich schuin in een bocht werpt kan een prachtige houding aannemen.

Kijk bij het selecteren van je foto's daarom niet uitsluitend naar technische scherpte. Houding, blik, vleugelstand, achtergrond en compositie bepalen uiteindelijk welke opname eruit springt.

Let op je achtergrond

Een van de meest gemaakte fouten bij actiefotografie is dat alle aandacht naar het onderwerp gaat. Pas thuis zie je ineens de felgekleurde jas, afvalbak of persoon die precies achter de vogel stond.

Kijk daarom vóór de show alvast goed om je heen.

Waar bevinden zich rustige achtergronden? Waar staan bomen? Waar heb je vrij zicht op de lucht? En vanuit welke richting komt het licht?

Een vogel tegen een blauwe lucht levert een heel ander beeld op dan dezelfde vogel voor een groene bomenrij. Een natuurlijke achtergrond die door je teleobjectief mooi onscherp wordt weergegeven, kan enorm veel diepte aan een foto toevoegen.

Probeer daarom niet de hele show vanaf exact hetzelfde standpunt op dezelfde manier te fotograferen. Kijk naar de verschillende mogelijkheden die de omgeving biedt.

Fotograferen tegen een heldere lucht

Een donkere roofvogel tegen een lichte lucht blijft voor de lichtmeter van een camera een lastige situatie. De grote hoeveelheid heldere lucht kan ervoor zorgen dat de camera de opname te donker maakt, waardoor nauwelijks detail in de vogel zichtbaar blijft.

Controleer daarom tijdens de show af en toe je opnamen.

Wordt de vogel consequent te donker weergegeven, dan kun je met positieve belichtingscorrectie werken. Hoeveel correctie nodig is, hangt volledig af van het licht, de achtergrond en de vogel.

Let daarbij goed op de lichte delen van het verenkleed. Detail in een donkere partij kun je in een RAW-bestand vaak nog behoorlijk terughalen, maar volledig uitgebeten witte veren zijn veel moeilijker te herstellen.

Fotografeer daarom bij voorkeur in RAW. Je hebt daarmee achteraf aanzienlijk meer mogelijkheden om belichting, hooglichten, schaduwen en witbalans te optimaliseren.

Maak niet alleen foto's op 1/2000 seconde

Wanneer je eenmaal een aantal scherpe vluchtfoto's hebt gemaakt, wordt het tijd om te experimenteren.

Probeer eens een meetrekfoto; dit meetrekken noemt men ook wel panning.

In plaats van de beweging volledig te bevriezen, verlaag je de sluitertijd bijvoorbeeld naar 1/125, 1/80 of 1/60 seconde. Vervolgens beweeg je de camera tijdens de opname zo vloeiend mogelijk met de vogel mee.

Wanneer het lukt, blijft de kop of een deel van de vogel relatief scherp terwijl de achtergrond verandert in lange bewegingsstrepen.

De slagingskans is een stuk kleiner. Dat maakt niets uit. Bij deze techniek mogen er gerust twintig foto's mislukken wanneer nummer 21 precies raak is.

Zo'n opname kan door het enorme gevoel van snelheid uiteindelijk veel spectaculairder zijn dan een technisch perfecte, volledig bevroren vluchtfoto.

Vergeet de portretten en details niet

Een roofvogelshow bestaat uit veel meer dan alleen vliegende vogels.

Wanneer een vogel rustig zit, krijg je juist de gelegenheid om je lange teleobjectief optimaal te gebruiken. Met 400, 600 of zelfs 800mm kun je prachtige portretten en details maken.

Let op de ogen, de structuur van de veren, de snavel en de indrukwekkende klauwen. Een close-up van de kop van een arend of uil kan minstens zo indrukwekkend zijn als een actiefoto.

Ook de interactie tussen de vogel en de valkenier kan mooie momenten opleveren. Kijk dus niet voortdurend door je zoeker, maar observeer wat er gebeurt.

Vaak zie je aan het gedrag van de vogel al dat er iets staat te gebeuren. Het lichaam komt iets omhoog, de kop verandert van richting en de vleugels beginnen te openen. Wanneer je die signalen herkent, ben je klaar voordat de vogel daadwerkelijk vertrekt.

Onze basisinstellingen voor vliegende roofvogels

Wil je bij aanvang van de show een eenvoudig uitgangspunt? Begin dan bijvoorbeeld met:

1/2000 sec. | F5.6-F8 | AF-C/Servo AF | vogeldetectie | snelle serieopname | RAW

Pas deze instellingen vervolgens aan de omstandigheden aan.

Heb je veel licht en een snelle vogel voor je? Verhoog de sluitertijd naar 1/2000 of 1/3200 seconde. Zit een vogel rustig stil? Dan kan de sluitertijd weer omlaag.

Zie deze instellingen dus niet als een vaste regel. Ze zijn bedoeld als een goed startpunt van waaruit je zelf verder kunt werken.

Oefenen, kijken en vooral plezier hebben

Goede roofvogelfotografie is uiteindelijk een combinatie van camera-instellingen, techniek, timing en ervaring.

Zelfs met de snelste autofocus en een fantastisch teleobjectief zal niet iedere foto raak zijn. Je krijgt een keer een halve vleugel in beeld. De scherpstelling zit soms nét verkeerd. En waarschijnlijk maak je minstens één prachtige opname van een lege lucht omdat de vogel sneller was dan jij.

Dat hoort bij actiefotografie.

Hoe langer je fotografeert, hoe beter je de vogels leert volgen en hun bewegingen gaat voorspellen. Je merkt wanneer je moet beginnen met volgen, wanneer je moet afdrukken en wanneer je juist nog een fractie van een seconde moet wachten.

En tussen al die beelden zit uiteindelijk hopelijk precies die ene foto waarop scherpte, licht, achtergrond, blik en vleugelstand perfect samenkomen.